ZONDAGSBRIEF 15 maart 2026 
4e zondag Veertigdagentijd

De Kerk viert de vierde zondag in de veertigdagentijd als ‘Zondag Laetare’: ‘verheug u!’ De liturgische kleur is roze: het wit van Pasen straalt even door het paars van de vasten. We lezen deze zondag het verhaal van de blindgeborene die genezen wordt door Jezus en kan zien. En ‘zien’ is niet alleen ‘zien’, maar ook ‘inzien’.

Het verhaal vertelt twee bewegingen tegelijkertijd. Aan de ene kant hebben we die blinde. Zijn geloof lijkt te groeien gaandeweg het verhaal. ‘Wie heeft u genezen?’ ‘De mens die Jezus heet.’ Even later: ‘Wat zeg jij over die mens?’ De genezen man antwoordt: ‘Hij is een profeet.’ Tot slot vraagt Jezus: ‘Gelooft ge in de Mensenzoon?’ En de voormalig blinde man antwoordt: ‘Wie is dat Heer, dan zal ik in Hem geloven.’ ‘Die gij ziet en die met u spreekt, Hij is het.’ ‘Ik geloof, Heer!’ Dit is de ene beweging, het groeiende inzicht over wie Jezus is: een mens – een profeet – de Mensenzoon. Maar er is ook een tweede beweging, precies omgekeerd. Die zien we bij de farizeeën. Zij erkennen eerst nog wel dat het wonder is geschied. Maar gaandeweg bijten zij zich vast dat het niet mag (want de genezing vond plaats op een Sabbat), dat het toch echt niet kan, en dat zij het toch wel bij het rechte eind moeten hebben, want zij zijn leerlingen van Mozes en niet van een of andere man. Ze vragen het op het einde letterlijk: ‘zijn wij soms blind?’ In één woord samengevat is het antwoord ‘ja’.

Maar, waarom moet Jezus zo nodig op een Sabbat genezen? Als Hij het nou gewoon een dag later had gedaan, was er toch niets aan de hand? Het zit ingebakken in het scheppingsverhaal. Elke dag van de schepping eindigt met ‘en God zag dat het goed was’, en op de laatste dag zelfs ‘dat het heel goed was’. Daarna rustte Hij uit van zijn scheppingswerk. Maar als een blinde zich aandient, iemand die nota bene vanaf zijn geboorte, in zekere zin vanaf zijn schepping, blind is… dan is de schepping dus nog niet ‘heel goed’.

God kan niet rusten, en zijn Zoon dus ook niet, wanneer de schepping nog niet ‘heel goed’ is. Een blinde moet genezen worden, wie hongert en dorst moet verzadigd worden, wie in nood verkeert moet geholpen worden, wie vastzit (fysiek of in eigen gelijk) moet bevrijd worden. Daar is Jezus voor gekomen! Dat is wat Jezus gaat doen met zijn kruisdood en verrijzenis. Hij geneest ons vandaag van onze blindheid – genoeg reden om ons te verheugen, laetare! Dat doet Hij, opdat wij het over een paar weken zullen zien met Goede Vrijdag en Pasen. Dat we dan met een oprecht hart en geopende ogen samen met de blindgeborene kunnen zeggen: ‘Ik geloof, Heer!’

Stan van Ommen, namens werkgroep Missionaire parochie

 

en_GBEnglish